Wind

Wind
Ik weet niet wat ik nu van ’t weer moet zeggen
Zo af en toe wat zon en heel veel wind
Met windje achter ga je wel gezwind,
maar met wind tegen moet je het afleggen

En op dit vlakke eiland zonder heggen
heb je hem meestal tegen goede vrind
en het gebeurt wel eens dat men je vindt
in ’t slootje, waar men je dan uit moet dreggen

Ik weet het wel, het is weer overdreven
mijn fantasie gaat weer eens met me op hol
Die is, net als de wind, te veel en vol
Wat kan ik eraan doen, ’t is een gegeven

Soms windje in de rug, dan heb je lol
maar ook wel eens pal tegen, zo is het leven

(uit “Gekleurde Schelpen – Texelse Sonnetten, gekregen van mijn hartsvriendin Bep)